De taalontwikkeling bij baby’s

Het duurt even voordat je een gesprekje met een kind kunt voeren. De grote versnelling komt als kinderen ongeveer twee jaar zijn. Ze gaan in zinnen spreken en gebruiken steeds meer woorden.

Het lijkt vanzelf te gaan, maar hier wordt in het kinderhoofdje al meer dan twee jaar heel hard aan gewerkt! Meer dan twee jaar? Ja, want al in de baarmoeder vangen kinderen geluid op en wennen ze aan de stem en de taal van hun moeder. Kinderen van een paar uur oud merken al het verschil tussen hun moedertaal en een andere taal.

Je vraagt je misschien af hoe we dat weten. Daar wordt heel inventief onderzoek naar gedaan. Bij baby’s wordt gebruik gemaakt van de zuigreflex. Kinderen krijgen een speciaal speentje met een sensor, waar ze op kunnen zuigen. Zodra iets in hun omgeving hun aandacht trekt, gaan ze harder zuigen. Als je kinderen een stem in hun moedertaal laat horen, dan trekt dat hun aandacht en zuigen ze wat harder, totdat ze eraan gewend zijn. Als ze dan een zin in een andere taal te horen krijgen, dan zuigen ze weer hard. Ze merken het verschil!

Als je zelf iemand hoort spreken in een taal die je helemaal niet kent, dan begrijp je er meestal niets van. Je weet niet eens wanneer een nieuw woord begint. Het lijkt één grote brei van geluid. Zo ervaren baby’s taal natuurlijk ook. Maar toch slagen ze er al heel snel in woorden te onderscheiden in die klank-zee.

Hoe doen ze dat? Het lijkt erop dat ze gevoelig zijn voor combinaties van klanken, en hoe vaak die voorkomen. Zo zijn er in het Nederlands maar weinig woorden met de klankcombinatie ‘zo - er’. Verzin maar eens een woord met deze combinatie. De kans is veel groter dat het om twee woorden gaat, bijvoorbeeld: “Zo ervaren ...”. In alle talen is de kans groter dat twee klanken elkaar opvolgen veel groter binnen een woord dan tussen woorden.

Dus als je een combinatie van klanken niet vaak hoort, dan kun je afleiden dat deze klanken geen woord vormen. Aangetoond is (met de zuigreflex) dat baby’s van acht maanden oud dit kunnen uitvogelen, en zo dus woorden kunnen onderscheiden binnen zinnen.

Het leuke is dat baby’s die meertalig opgroeien ook al heel snel de verschillende talen uit elkaar kunnen houden. Het lijkt erop dat ze er gemiddeld iets langer over doen voordat ze reageren, waarschijnlijk omdat hun hersens harder moeten werken en de tijd nemen om te bepalen in welke taal ze moeten denken. Op latere leeftijd blijken meertalig opgegroeide kinderen iets beter op testjes waarbij ze zich niet moeten laten afleiden. Dat komt waarschijnlijk omdat ze geleerd hebben de impuls te onderdrukken om in de ‘verkeerde’ taal te reageren.

Er is dus alle reden om veel tegen baby’s te praten. In losse woorden maar zeker ook in complexe zinnen. Baby’s zijn er helemaal klaar voor om je te leren begrijpen!

Dit artikel is geschreven door:

Hanno van Keulen

Lector Leiderschap in Onderwijs en Opvoeding

Hogeschool Windesheim in Almere