Taal, taal, taal, we gebruiken het allemaal!

Baby’s communiceren op verschillende manieren: lichaamstaal, oogcontact en huilen. Kinderen huilen op verschillende manieren en geven daarmee verschillende signalen af. Het is aan ons, verzorgers, om te leren wat het kind bedoelt.

De taal van de baby

Door goed te kijken naar de reactie van een baby leer je zien wat hij of zij wil. Oogcontact is daarbij belangrijk: het kind kan goed zien hoe je je mond beweegt. Wist je trouwens dat je een baby, hoe jong ook, even de tijd moet gunnen om terug te kletsen? Neem daar ook echt de tijd voor en wacht tot het kind is ‘uitgepraat’. Daarmee stimuleer je de baby om zelf iets te zeggen.

Klanken leren

Leren praten heeft een vaste volgorde en is overal ter wereld hetzelfde: in de eerste vier maanden van zijn leven leert een kind eigenlijk overal ter wereld hetzelfde: klanken nabootsen. Bijna alle kinderen kunnen dan hetzelfde. Het duurt ongeveer tot een maand of 8 tot een kind bewust klanken gaat gebruiken. Dan begint het ‘leren’ van steeds meer woorden, tot het kind rond 6 jaar ongeveer 8000 woorden kent.

Hoe stimuleer je taal?

Praten, praten en nog eens praten. Daarnaast is het belangrijk om al van jongs af aan te benoemen hoe een kind zich voelt. Gevoel en taal zijn namelijk aan elkaar verbonden. Je leert je kind daarmee vertellen wat hij voelt. Daarnaast leer je woorden te geven aan lichaamstaal. Ken je het onderzoek naar lichaamstaal waarin een moeder haar gezicht niet laat spreken?

Rijmpjes, liedjes, voorlezen

Hoe jong een kind ook is, rijmpjes, liedjes, voorlezen, vertellen wat je doet of ziet, helpen allemaal bij het ontwikkelen van taal. Zeker nu we allemaal onze kinderen thuis hebben kun je de tijd goed benutten door te vertellen wat je doet en ziet. Geef ze eens een opdracht. Lukt dat al goed? Geef dan eens twee opdrachten tegelijk. En heb je zo’n snel exemplaar? Die genieten ervan om liedjes in een vreemde taal te horen en te leren.

Wat lees ik dan voor?

Kies er bij voorkeur voor om een boek te kiezen met kleurige platen en waar iets van te leren valt. Dat kunnen boeken met veel plaatjes en woorden zijn, zoekboeken of boeken met rijmpjes. Wij gebruiken bij de ‘ukIQ groep’ heel regelmatig het boek ‘Laat maar los, Koala’. We gebruiken het om allerlei woorden rondom gevoelens en angsten de revue te laten passeren. Laat je kind het verhaal navertellen in eigen woorden en help daar waar nodig is. Of laat je kind eens aan een ander kind ‘voorlezen’. Dat levert de mooiste verhalen op!

Meer informatie

Filmpjes over communicatie op leeftijd vind je op deze website.

Vader communiceert met jong kind:

Dit artikel is geschreven door:

Lilian van der Poel

Zij is oprichter van bureau XL-leren en heeft samen met Claudia Benmesahel Kruidbos ukIQ opgericht. Lilian heeft zich in de afgelopen 10 jaar vooral gericht op snel ontwikkelende peuters, kleuters en kinderen. Veel van deze kinderen worden herkend aan het gebruik van taal: dat doen ze snel en ze hebben al jong een grote woordenschat.