Beeldcoaching zet in beweging

In beweging zijn of in beweging komen is voor iedereen goed. Het helpt je om je lijf gezond te houden. Om in je werk in beweging te komen zorg je ervoor dat je als professional gezond je werk kunt doen en blijven doen.

Gezond betekent dan; met energie en met plezier. Daar word je beter van. Heel belangrijk daarbij is dat je door in beweging te komen je op een andere manier naar je omgeving kijkt, dus dat je ook op een andere manier naar de kinderen kijkt. Dat je leert te ‘zien’ wat kinderen willen, bedoelen en van je vragen. Beeldcoaching kenmerkt zich doordat het een voortdurende zoektocht is naar alles wat voor een ander belangrijk is en beweegt mee met de werksituaties van professionals.

Wat is beeldcoaching?

Bij beeldcoaching gaat het over coachen met beelden. Dat beeld kan van alles zijn; een film, een foto, een waarneming, een idee, een ervaring. Het gaat er dan om met elkaar van gedachten te wisselen over de beelden, op microniveau en op macroniveau. Hoe ziet en begrijpt en interpreteert eenieder de beelden? Door deze uitwisseling ontstaat er een dialoog en kan men zich aan elkaar scherpen. Beeldcoaching kiest voor een pedagogische insteek en volgt Jansen* en Biesta* die zeggen dat het er in de opvoeding en onderwijs om gaat dat we kinderen op een zo breed mogelijk terrein ontwikkelen en tot volwassenheid brengen.

Macroniveau

Bij beeldcoaching gebruiken we een holistische visie, we kijken naar het grote geheel en de samenhang in wat die mens doet, meemaakt, welke kwaliteiten zij heeft en hoe deze kwaliteiten op elkaar inwerken. Een beeldcoach kijkt naar de ander in het hier en nu in haar context, op haar werk, maar ook daarbuiten. Een beeldcoach gebruikt daarbij de analyse op macroniveau en onderzoekt waaraan iets gedaan moet worden.

Microniveau

Bij beeldcoaching gebruiken we ook de microanalyse. De micro analyse is een beeld-voor-beeld analyse waarin het gaat om het onderzoeken van secondes gefilmd beeldmateriaal. Het gaat om factoren als gedrag, gevoelens, gedachten, wensen en kwaliteiten van de professional. Het draait dan om de sterke en zwakke punten, wat doet de professional goed en wat kan beter?

Bekrachtiging

Zowel op macroniveau als ook op microniveau worden er dingen ‘positief gelabeld’. Wat gaat goed en wat kan beter? Toch gaat het ook om een constructieve aanpak en zal er zo nu en dan ook geconfronteerd worden. De confrontatie is soms nodig om iemand uit zijn comfortzone te halen en aan het leren te brengen.

Beeldcoaching en taalontwikkeling

Je kunt beeldcoaching inzetten bij de ondersteuning van de professional op het gebied van taal. Taalontwikkeling hangt samen met de leeromgeving en met de interactie van de professional. Kenmerk daarvan is een veilig en positief klimaat, betekenisvolle en functionele taken en ondersteuning door interactie. We weten dat een krachtige, taalgerichte omgeving van belang is. Op macroniveau kijken we dan naar hoe de professional handelt, maar ook hoe de ruimtes zijn aangekleed; wordt er met letters gewerkt; zijn er boeken; hoe is de muurbekleding; zijn er spelletjes voor de taalontwikkeling; zijn er woorden te zien, etc.

Op microniveau kijken we naar de interactie specifiek, wat zegt de professional, is de professional ondersteunend, instemmend, we volgen de regels van de basiscommunicatie; volgt de professional het initiatief van het kind, ziet zij het kind, is er toewending, oogcontact, is er contact met het kind en aandacht voor wat het kind doet of wat er in het kind omgaat, is er een ontvangstreactie van de professional waardoor het kind merkt dat je hem/haar gevolgd hebt.

Alleen volgen is nog geen contact, pas door een reactie ontstaat er contact. We bekijken het instemmend benoemen, dit heeft betrekking op het taal geven aan dat wat men zelf doet, denkt en voelt bij het eigen handelen en dat van een ander.

Dat wil zeggen dat je met woorden het handelen van jezelf of de ander begeleid. Naast het handelen kunnen ook emoties benoemd worden. Wanneer dit benoemen op een instemmende toon gebeurt ontstaat er een prettig speel- en leerklimaat en komen kinderen beter tot leren en zullen ze meer woorden gaan gebruiken. Je kunt je voorstellen dat het heel goed mogelijk is om kring- en spelmomenten te filmen om deze met elkaar te gaan analyseren en daaruit te leren.

Een voorbeeld uit de praktijk:

Een professional die met kleuters werkt komt bij mij en vraagt mij mee te kijken naar een jongen uit haar klas. Hij doet nooit mee, zegt ze, hij draait op zijn stoel, luistert niet en doet maar wat, kortom hij stoort in de kring. Ik maak een opname tijdens een kring activiteit. De professional werkt met een kring van 20 kleuters en geeft taalopdrachten, zoals; ga onder je stoel zitten; ga op je stoel zitten; ga achter je stoel staan ed. Ik film de jongen in de kring en tot mijn verbazing is het heel anders dan wat de professional aan mij verteld had en daar komt ze later ook achter als we de film beeld voor beeld bekijken. De jongen volgt haar de hele tijd met zijn ogen, hij doet onmiddellijk wat ze vraagt, maar gaat ook weer heel snel uit de opdracht. Hij gaat dus heel snel onder zijn stoel zitten, maar ook weer direct erbovenop. In zijn hoofd is de opdracht klaar. Hierdoor lijkt het alsof hij niet mee doet, want als alle kinderen nog onder hun stoel zitten en de professional daar een complimentje over geeft dan zit hij er alweer bovenop. Hij verdient een compliment, want hij deed het goed, maar hij krijgt te horen dat hij het niet goed heeft gedaan. Je ziet aan zijn gezicht dat hij het niet begrijpt en dat hij het ook niet leuk vindt. Hij weet niet wat hij moet doen en de professional ook niet. De professional vindt het heerlijk om de beelden te zien en gaat nog beter op de jongen letten, waardoor zij in het hier en nu ziet dat hij wel goed mee doet en dan kan zij hem complimenteren. Maar ze kan hem nu ook beter en makkelijker leren hoe hij beter mee kan doen.

Dit artikel is geschreven door:

Wilma van Harten

Docent/Onderzoeker/Adviseur/Supervisor bij Lectoraat Leiderschap in Onderwijs en Opvoeding

Hogeschool Windesheim in Almere