Meertalige kinderen

Steeds meer krijgen kinderopvang en onderwijs in onze regio te maken met meertaligheid. Soms spreekt het kind thuis één of meer andere talen en leert het pas in de kinderopvang, de school of het taalcentrum Nederlands. Het komt ook voor dat het kind in het eigen gezin zowel Nederlands als een andere taal of andere talen krijgt aangeboden.

Meertaligheid wordt in Nederland vaak als een probleem gezien, maar in veel landen is een meertalige opvoeding de meest voorkomende situatie. En jonge kinderen kunnen prima twee of zelfs meer talen leren, als er maar genoeg interactie in beide talen mogelijk is.

John spreekt thuis Engels met zijn ouders en komt in de kinderopvang voor het eerst in aanraking met Nederlands. Yvonne en Dana, de pedagogisch medewerkers van zijn VVE-groep, leggen hem in het begin in het Engels uit wat er van hem verwacht wordt en kunnen gelukkig ook in het Engels goed met zijn ouders communiceren. Thuis lezen Johns ouders hem veel voor uit Engelse prentenboeken. Laatst ontdekte zijn moeder dat op de opvang een prentenboek lag dat zij thuis in het Engels hadden. De volgende ochtend heeft Dana het boek in het Nederlands voorgelezen en Johns moeder in het Engels. John vond het prachtig en de andere kinderen vonden het heel interessant.

Een kind dat zich goed ontwikkelt in een eerste taal (moedertaal), zal zich ook goed kunnen ontwikkelen in een tweede taal. Talen lijken namelijk veel meer op elkaar dan we beseffen, zelfs talen die op het eerste oog enorm verschillen. Ouders kunnen kinderen de beste taalleeromgeving bieden in hun eigen moedertaal. Het soms gegeven advies aan anderstalige ouders om Nederlands met hun kind te praten is dan ook beslist geen goed advies. Laat de ouder veel in de moedertaal met het kind praten en- als dat mogelijk is- ook het kind voorlezen in de moedertaal. Wel is het goed als de niet-Nederlandstalige ouder ervoor zorgt dat het kind al jong ook met Nederlandstalige volwassenen en kinderen contact heeft. Het is belangrijk dat het kind op opvang of school merkt dat de moedertaal er mag zijn, ook als het een taal is die de pedagogisch medewerker of leerkracht zelf niet kent. Dat kan heel eenvoudig door eens te vragen om een aantal voorwerpen in de eigen taal te benoemen. Of door de ouder te vragen een keer in de moedertaal een boekje voor te lezen aan de groep of te tellen in de moedertaal.

Wanneer we het kind verbieden op school/opvang de moedertaal te spreken, vragen we van het kind een deel van zichzelf thuis te laten. Dat is niet goed voor de taalontwikkeling en al helemaal niet voor de totale ontwikkeling van het kind.

John ontwikkelde zich prima in de VVE-groep en daarna in het kleuteronderwijs. Na een tijdje sprak hij net zo goed Nederlands als Engels en hij was trots op zijn tweetaligheid.

Yvonne en Dana beseften dat ze anders waren omgegaan met de meertaligheid van John dan met de meertaligheid van andere kinderen in de groep, die voor hen onbekende talen spraken. Zou het mogelijk zijn ook meer aandacht te besteden aan bijvoorbeeld het Pools, Bulgaars, Syrisch, Marokkaans, Turks of Chinees dat de andere meertalige kinderen als moedertaal hadden? De ervaring met John zette hen aan het denken over het taalbeleid in hun groep.

Dit artikel is geschreven door:

Conny Boendermaker

Docent-onderzoeker lectoraat 'Leiderschap in onderwijs en opvoeding

Hogeschool Windesheim in Almere

Meer informatie

Een handige app: Moedint2 (www.moedint2.nl)

Verder lezen: https://www.meertalig.nl/

Een leuk en duidelijk boek: Hoeveel talen spreek jij? Wat je altijd al wilde weten over meertaligheid. M. Orioni (2019).

Een leerzaam filmpje: